Waar kunnen we je mee helpen?
Waar kunnen we je mee helpen?

Waar kunnen we je mee helpen?

Mijn account

Log nu in en ontdek alles wat Tennisleraren te bieden heeft.

Inloggen

Lid worden

Ontdek nu de vele voordelen als lid van VNT!

Ontdek

AL VEERTIG JAAR HONKVAST

 ‘Honkvast’ dat is wel een woord dat bij VNT lid Joost van der Marel (1959 Apeldoorn) past. Al tweeënveertig jaar is hij tennisleraar. En dat bij – bijna – één en dezelfde vereniging. Van der Marel begon met lesgeven bij De Zweepslag in Klarenbeek en maakte toen de overstap naar De maten in Apeldoorn. Daar ging hij nooit meer weg. Een bijzondere carrière waar de VNT graag een zonnetje over laat schijnen.

Je bent ‘Honkvast’ maar is het ook niet een beetje saai om zo lang op dezelfde plek les te geven? “Nee, helemaal niet! Je ziet tegenwoordig bij tennisleraren dat ze altijd heel kort bij een club zitten. Of de leraar is uitgekeken op de club of de club op de leraar. In dat opzicht is mijn situatie natuurlijk uniek. Wij hebben ook eigenlijk alles. Winterbanen, gravelbanen en we maken gebruik van een hal. Dat is ook een voordeel. In principe ben ik altijd zo enthousiast dat de mensen nog steeds niet op me uitgekeken zijn. Ik vind het dus allesbehalve saai al moet je er natuurlijk wel iets van maken om het voor jezelf aantrekkelijk te houden. Net zoals je ervoor moet zorgen dat de mensen het aantrekkelijk vinden om les bij jou te blijven nemen.”

Wat heb je daarvoor ondernomen? “Eigenlijk door bijscholing. Dat is heel belangrijk als tennisleraar. Je moet echt nieuwe dingen bijleren om je leerlingen iets anders te kunnen aanbieden. Doe je dat niet, dan zijn ze snel op je uitgekeken. Ik ging bijvoorbeeld naar bijeenkomsten voor tennisleraren die we destijds hadden. Daar stak ik veel van op. Maar ik volgde ook andere bijscholingen. Verder ben ik vroeger natuurlijk A speler geweest en heb ik eredivisie gespeeld. Ik heb dus altijd op hoog niveau getennist en veel wedstrijden gespeeld. Daar leerde ik ook veel van. Dan zie je anderen spelen met andere technieken en dan denk je, hoe zit dat? En dan ga je je daar in verdiepen.”

‘Je moet echt nieuwe dingen bijleren om je leerlingen iets anders te kunnen aanbieden.’

Kun jij van jezelf zeggen dat je je hebt ontwikkeld op een specifiek terrein? Wat is jouw specialisme? “Ik denk dat mijn kracht is dat ik allround ben. Ik vind het leuk om met kinderen te werken, ik vind het leuk om met goeie tennissers te werken, ik kan met volwassenen en beginners werken… Dus eigenlijk alles. Toevallig een paar weken geleden, dat is wel een leuk verhaal, had ik een kennismakingsles gegeven aan een beginnersgroep. Na afloop zeiden de lesnemers: ‘Joost ik vind het zo knap, ik zie jou het eerste uur lesgeven om half drie, en ik zie je om half negen nog lesgeven. Maar ik bespeur bij jou geen enkel verschil tussen het eerste en het laatste uurtje!’ Dat moet de kracht van een leraar zijn vind ik. Dat je enthousiast blijft. Dat is in ieder geval mijn kracht. Ik denk zelfs mijn gave, want het gaat helemaal vanzelf. Natuurlijk heb je wel eens een keer dat je moe bent of niet lekker in je vel zit, maar in principe mag een leerling dat niet merken. Ik kijk ook altijd naar het positieve van de mensen en benadruk dat. Sommige leerlingen hebben echt moeite met tennissen maar dan blijf ik positief. Ik geef altijd complimenten. Dus ik sta niet alleen een balletje aan te geven, maar ik coach de spelers ook een beetje. Dat vinden mensen leuk aan mij.”

Als je terugblikt op de afgelopen veertig jaar wat valt je dan op? Wat is er bijvoorbeeld veranderd? “Ik heb natuurlijk meegemaakt dat tennis ontzettend op een hoogtepunt stond. Dat we veel leden hadden en dat je veel uren kon draaien, wel vijftig als je dat wilde. Nu zie je dat tennis heel erg is teruggelopen. Het is nog wel steeds een hele grote sport in Nederland, maar zo zelfsprekend als het vroeger was om te gaan tennissen, is het niet meer. Vroeger hoorde tennis er gewoon bij. Nu moet je er echt wat voor doen om mensen te krijgen en ze te binden. Zeker de jeugd van tegenwoordig. Want die heeft zoveel andere dingen…Wat vroeger óók anders was is dat we, alhoewel we gelukkig Kiki Bertens hebben, een paar toppers hadden rondlopen die een voorbeeld en inspiratiebron waren. Ik denk dan aan Krajicek, Eltingh en Haarhuis. Dat waren echt de cracks.”

‘Zo vanzelfsprekend als het vroeger was om te gaan tennissen, is het niet meer’  

En wat zijn belangrijke ontwikkelingen bij jezelf geweest? “Ik denk dat ik meer luister. Vroeger was het zo, ik had een mening en mensen konden zeggen wat ze wilden, maar ik deed er niet zoveel mee. Maar nu ik wat ouder ben is dat anders. Als mijn leerlingen tien lessen hebben gehad vraag ik bijvoorbeeld altijd: ‘Nou jongens wat vonden jullie ervan? En dan eerlijk zijn.’ En soms kan je daar dan wat mee doen, omdat er echt iets in zit. Iets anders wat ik doe is dat ik goed kijk. Ik ga naar de Challenger Tour in Amersfoort, ik kijk naar de jeugd, ik ga naar de eredivisie in Duitsland, en dan let ik veel op slagen, andere technieken, want je moet wel openstaan voor nieuwigheid. Dat had ik vroeger veel minder dan nu. Wat betreft techniek ben ik in mijn lessen nu ook minder streng dan vroeger. Vroeger was het: je moet zus of zo. Tegenwoordig ben ik veel losser. Je past wel wat aan natuurlijk maar niet meer op zo’n rigide manier.”

Als je opnieuw zou beginnen, zou je er dan weer voor kiezen om tennisleraar te worden? “Ja dat denk ik wel. Ik begon als klein jongetje van acht jaar met tennissen. En tennis was toen al mijn lust en mijn leven. Ik kan me nog wel een grappig verhaal van vroeger herinneren. Mijn vader ging naar de middelbare school om te praten met de leraar. Toen vroeg de leraar aan mijn vader: ‘Wat vind u voor uw zoon belangrijker meneer Van der Marel, tennis of school?’ En toen zei mijn vader: ‘Tennis’. Toen viel die leraar stomverbaasd achterover. Want zoiets had hij nog nooit meegemaakt. Maar hij zag wel in: die jongen gaat later toch wat met tennis doen. En inderdaad, ik werd A speler en daarna werd ik tennisleraar…Dus ja, ik denk dat ik zeker dezelfde keuzes zou hebben gemaakt als vroeger.”

Zo lang Van der Marel tennistrainer is, is hij ook lid van de VNT. En over het algemeen is hij met zijn veertig jaar lidmaatschap zeer tevreden. In de jaren tachtig had hij zelfs een hele positieve ervaring, toen hij door de VNT werd ondersteund in een juridisch conflict met de belastingdienst. Die rechtszaak heeft in tennislerarenland ook nog eens voor een hele belangrijke doorbraak gezorgd waar de tennisleraar van nu nog steeds profijt van heeft.

Van der Marel: “Die zaak, die zelfs bij de Hoge Raad aanhangig is geweest, ging erover of een tennisleraar bij de vereniging als zelfstandige kon worden aangemerkt ja of nee. In mijn contract met de club stond dat ik buiten mijn dienstverband om, aan niet-leden, een paar uurtjes les mocht geven. De belastingdienst vond dat die paar uurtjes óók onder mijn dienstverband vielen, terwijl ik van mening was dat ik voor die uren, al waren het er maar twee, als zelfstandige moest worden aangemerkt. Daar ging de Hoge Raad uiteindelijk in mee. Een hele overwinning en een uitspraak die tot de dag van vandaag doorwerkt. Later heb ik overigens nog een keer een zaakje gehad, in het kader van arbeidsongeschiktheid, maar daarbij heeft de VNT me helaas minder goed geholpen. Inhoudelijk konden ze er inderdaad misschien niet zo veel mee, maar ik had wellicht wat meer morele ondersteuning verwacht. Het is bovendien heel belangrijk om als tennisleraar een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten en daar had de VNT toen, vanuit het juridische conflict wat speelde, óók wel wat meer ruchtbaarheid aan mogen geven.”

Heb je nog feedback voor de VNT? “Ik vind dat ze goed bezig zijn, ze zitten weer op de goede weg. Ik denk dat het er onder meer mee te maken heeft dat Mark Verra zelf tennisleraar is. Het was bij de VNT naar mijn mening een beetje ingezakt, maar nu zit er weer beweging in. Vernieuwen is altijd goed. De roadshows, waarbij de VNT de tennisleraar bij de vereniging bezoekt, vind ik bijvoorbeeld een leuk initiatief.”

Heb je nóg concretere feedback? “Heel vroeger hadden we, toen ik net lid was, VNT tennisleraren kampioenschappen en we hadden de uitwisseling van de VNT met de IC (International Club). Bij die uitwisseling speelde de tennisleraar tegen een oud international. Dat was grappig. Dus misschien is het een leuk idee om weer eens een soort kampioenschap te organiseren.”

‘Je moet investeren in dingen die in het begin niks lijken op te leveren’

Wat zou jij tot slot de tennisleraar van nu willen meegeven? “Iedereen denkt dat een lesje geven heel makkelijk is, maar dat is het niet. En bovendien is het niet alleen de tennisles die je geeft maar het draait ook om het sociale aspect. Je moet naar de clubkampioenschappen gaan kijken, naar de competitie, naar toernooien waar je leerlingen spelen of gewoon een keertje langsgaan op de club voor een kopje koffie. Je moet dus investeren in dingen die in het begin niks lijken op te leveren. Dat zie je niet meer zo veel gebeuren. Veel trainers denken: ‘Zo, ik heb een lesje gegeven, doei wegwezen…’ Jammer, want leerlingen vinden het echt heel leuk als je komt kijken. Dat geldt zowel voor de goeie en de recreatieve spelers. Zéker de recreant vindt het óók heel leuk als je komt kijken.”

Actueel

  • Tennisleraar van het jaar 2019

    11/10/2019
  • Nieuwsbrief september

    27/09/2019
  • Column Mark Verra – Een zegen voor het tennis: Whatsapp!

    11/07/2019
Meer nieuws
Copyright © 2019 - Vereniging Nederlandse Tennisleraren - Design & Realisatie: Webheads B.V.